Voor bijna alle ziektes geldt dat het risico erop groter is wanneer een eerstegraads familielid (vader, moeder, broer, zus) aan deze ziekte heeft geleden of nog lijdt. Dit gaat ook op voor dementie. Wanneer dementie een naast familielid heeft getroffen, bestaat er een licht verhoogde kans om de ziekte zelf ook te krijgen. In een klein aantal families komt dementie op jonge leeftijd voor, dus voor het zestigste levensjaar. Bij hen is sprake van een afwijking in het genetisch materiaal die verantwoordelijk is voor het krijgen van de ziekte. De kans dat naaste familieleden de ziekte krijgen is hier groter dan bij dementie die zich op latere leeftijd openbaart.

Dementie is in de meeste gevallen niet erfelijk. De ziekte komt wel vaak voor. Maar liefst één op vijf mensen krijgen dementie.Hoe ouder iemand wordt, hoe groter de kans is dat hij dementie krijgt. In sommige gevallen is dementie wel erfelijk. Dit is vooral zo bij dementie op jonge leeftijd. Alzheimer is meestal niet erfelijk. Door toeval kunnen meerdere mensen uit dezelfde familie alzheimer krijgen. Heeft u een vader, moeder , broer of zus die na het 65e levensjaar de ziekte van Alzheimer kreeg? dan heeft u een iets groter risico om zelf Alzheimer te krijgen. De kans neemt maar een paar procenten toe. Het is veel waarschijnlijker dat u de ziekte niet krijgt. Leeftijd is de belangrijkste risicofactor voor dementie. Hoe ouder, hoe groter de kans op dementie.