• Aanpassen van het tempo: Pas u aan het tempo van de dementerende. Alles – ook zijn denkproces – verloopt vertraagd bij mensen met dementie. Bijna alles wat de dementerende meemaakt, vergeet hij  ook weer direct. Dit betekent dat wat voor ons bekend en vertrouwd is, voor hem vaak nieuw en onbekend blijft.
  • Geen confrontatie: Confronteer de dementerende niet nadrukkelijk met zijn fouten. Dit veroorzaakt alleen maar verdriet of kwaadheid. Corrigeren mag, maar dan niet in de trant van: ‘Ik heb u al zo vaak verteld dat…’ of ‘Hoe kunt u nu…’ Als je iets recht wil zetten, doe het dan altijd op een rustige, kalme toon en liefst zo onopvallend  mogelijk zodat gezichtsverlies van de dementerende wordt voorkomen.
  • Orde, regelmaat en rust: Probeer zoveel mogelijk te zorgen voor orde, regelmaat en rust en stel een vaste dagelijkse routine op. Omdat dementie ook gepaard gaat met desoriëntatie van plaats moet je  voorzichtig zijn met veranderingen in de omgeving. Probeer onbekende situaties of te veel drukte te vermijden. Ze kunnen de dementerende onzeker maken. Dring niet aan als je merkt dat iets te veel spanning veroorzaakt. De dementerende zal er alleen meer verward van worden.
  • Niet over- maar ook niet ondervragen: Blijf de dementerende aanspreken op wat hij nog kan. Dit is essentieel voor het behoud van zijn zelfrespect. Het is niet goed om hem iets uit handen te nemen  omdat het te langzaam gaat of omdat het niet meer voor honderd procent lukt.
  • Vergeet ook de humor niet: Moeilijke situaties worden gemakkelijker als je er om kan lachen. Ook de dementerende vindt het prettig als hij iemand ziet lachen, zolang hij tenminste niet het idee heeft dat  hij zelf wordt uitgelachen. Bovendien remt humor agressie. Het is niet gemakkelijk om kwaad te worden op iemand die je vriendelijk toelacht. De lach is een taal die de dementerende tot zijn dood toe begrijpt. Een speelse, niet al te serieuze aanpak, is vaak de beste manier om met de dementerende om te gaan.
  • Vat hevige gevoelsuitingen niet persoonlijk op: Bedenk dat deze vaak niet persoonlijk zijn bedoeld, maar uitingen zijn van onmacht. De dementerende ervaart dat hij de grip op het leven verliest.
  • Bedenk dat genieten mogelijk blijft: Laat je niet verleiden tot de gedachte: ‘Het heeft geen zin wat ik doe of wat ik zeg, want dadelijk is hij het toch weer vergeten.’ Als je dat doet, laat je de kans liggen om  de dementerende plezierige momenten te schenken. De dementerende kan immers nog steeds gelukkig zijn! Alleen het vasthouden van de geluksmomenten gaat niet meer zo goed als vroeger.